Beelddenken

Wat is dat precies, beelddenken?

Eigenlijk is het precies wat er staat; het denken in beelden. De meeste mensen zijn zich misschien niet zo bewust van hun eigen denkproces. Dat is ook niet zo raar. Je denkt zoals je denkt, en je weet niet beter dan dat dát normaal is.

Het is lastig om erachter te komen hoe anderen denken. Je kunt niet in elkaars hoofd kijken en je kunt elkaars gedachten dus ook moeilijk met elkaar vergelijken. Maar we kunnen wel omschrijven wat we zien en horen in ons hoofd. En zo weten we beter van elkaar hoe het zit.

Veel mensen denken voornamelijk verbaal, dus in taal. De beelden die zij zien zijn vaak puur illustratief en ondersteunend voor de manier waarop zij denken. Deze beelden zijn daarom dus ondergeschikt. We noemen deze groep mensen, taaldenkers. Maar mensen zijn niet geboren met woorden, immers, als we geboren worden dan kennen we nog geen taal. Dat leren we later, van onze ouders.

Maar hoe denken we dan als we geboren worden? Misschien in klanken maar waarschijnlijk ook in beelden, want mensen kunnen al redelijk snel na hun geboorte goed zien. Laten we ervan uit gaan dat we in het vroege stadium van onze jeugd voornamelijk in beelden denken. Wanneer wordt dan de overstap naar het primair denken in taal gemaakt? Er wordt gedacht dat dit ergens tussen het tweede en vierde levensjaar gebeurd, want in die periode is onze taalontwikkeling in volle gang. Veel kinderen kunnen na hun vierde jaar moeiteloos de stap naar het basisonderwijs maken en in groep drie zijn de meeste kinderen klaar voor het leren lezen, schrijven en rekenen.

Maar, er is een groep kinderen die daar meer moeite mee heeft. Deze kinderen lijken de stap van het beelddenken naar het taaldenken niet te hebben gemaakt. Zij blijven primair dingen onthouden doormiddel van plaatjes en films die zich afspelen in het hoofd. Deze films en plaatjes wisselen elkaar in hoog tempo af en het kan soms ook moeilijk zijn om al deze visuele informatie goed te ordenen. Lastig! Lastig voor het kind omdat de talige stof die op school aangeboden wordt, vaak niet blijft hangen. Gelezen woorden worden plaatjes en deze plaatjes gaan een eigen leven leiden. Het woord wordt vervolgens anders uitgesproken. Bv. Kasteel wordt een paleis. Op school wordt dit vaak radend lezen genoemd, maar in feite is het woord misschien best goed gelezen, maar het plaatje van het woord is anders of mooier geworden dan het woord zelf. Letters en cijfers worden in het hoofd van een beelddenker driedimensionale objecten en kunnen daardoor van alle kanten bekeken worden. Dus als letters kunnen draaien in het hoofd, dan zien de b, d, p en de q er allemaal hetzelfde uit. Het lezen kan ook moeizaam verlopen doordat ‘lege’ woordjes zoals lidwoorden en verbindingswoordjes worden overgeslagen, want bij deze woordjes kan het kind zich juist geen beeld vormen. Het spellen van woorden is vaak ook erg lastig. Beelddenkende kinderen blijven woorden fonetisch spellen en met spellingsregels kunnen ze helemaal niets. Het herhalen van dezelfde stof op dezelfde manier helpt niet. Want het is niet de stof, maar de methode van aanbod van deze stof wat niet begrepen wordt.

Veel voorkomende obstakels:

Leren:

Dyslexie

  • Wanneer een kind met bovenstaande problemen te maken heeft dan noemen we dat vaak dyslexie. Dyslexie is het meest aantoonbare probleem waarmee veel beelddenkers te maken krijgen. Hierbij geldt, dat iemand die dyslectisch is, meestal ook een beelddenker is. Een beelddenker hoeft echter niet altijd per definitie dyslexie te ontwikkelen.

Zoals gezegd hebben jonge kinderen met dyslexie vaak moeite met lezen en het spellen van woorden. Oudere kinderen hebben later ook vaak veel problemen met tekstbegrip, ze lezen het wel, maar begrijpen het niet. En op de middelbare school is het leren van nieuwe taal vaak een langzaam en moeizaam proces.

Automatiseren

  • Een ander kenmerkend probleem is moeite hebben met het automatiseren van de tafels. Vaak zijn beelddenkers wel hele snelle rekenaars, hierdoor kan het nog vrij lang duren voordat iemand het in de gaten heeft.

Klokkijken

  • Zowel analoog als digitaal klokkijken kan moeilijk zijn voor een beelddenkend kind.

Gedrag:

Aandacht vasthouden

  • Een beelddenker denkt razendsnel en associatief. Elke impuls roept nieuwe beelden op en laat de filmpjes in het hoofd draaien, hierdoor kunnen allerlei zijstraten ingeslagen worden; goed focussen op datgene wat gevraagd wordt is dan ook heel moeilijk. Aan de andere kant kan een beelddenker ook goed ‘hyperfocussen’. Het kind gaat hierbij juist helemaal in de activiteit op en is slecht te bereiken. (denk bijvoorbeeld aan het kind dat onverstoorbaar televisie kijkt, leest of achter de computer zit en niets of niemand lijkt te horen).

Plannen:

Tijdsbegrip

  • Beelddenkers hebben problemen met tijdsbegrip. Hun interne klok loopt niet synchroon met de echte klok. Dit maakt het plannen lastig. Ze schatten bij het maken van afspraken bv. niet goed in dat ze dat ze ook nog tijd nodig hebben om van A naar B te komen, met te laat komen als gevolg.

Obstakels overwinnen!

Beelddenkende kinderen zijn leuk, slim en meestal buitengewoon creatief! Met de juiste manier van leren begrip en aandacht zijn de meeste obstakels te overwinnen, zelfs als het kind al wat ouder is. Want voor deze kinderen is door Agnes Oosterveen Hess ‘ik leer anders’ ontwikkeld. Deze nieuwe leermethode is visueel en is er speciaal op gericht om ook een beelddenkend kind gemakkelijk te leren lezen, schrijven en rekenen. Maar het kan ook gebruikt worden voor het leren van nieuwe talen. De kracht van ‘ik leer anders’ zit ‘m in het simpele; het biedt de stof op een eenvoudige visuele manier aan, een manier die bij deze kinderen past. De resultaten zijn betere leerprestaties, meer zelfvertrouwen en weer met plezier naar school gaan.

Wil je meer weten over ‘ik leer anders’? Klik dan op het kopje ‘ik leer anders’. Wil je weten of ik kinderen ook tijdens schooluren kan helpen? Klik dan op werkwijze.